Minister Van der Hoeven: 'Gazprom is welkom in Nederland'
Het Energierapport 2008 zal naar verwachting in mei of juni verschijnen. Het rapport zal de visie van het kabinet geven op het te voeren Nederlandse energiebeleid. Maar omdat nu al vaststaat dat een aantal vragen in overleg met de vele betrokkenen beantwoord zullen worden, organiseert het ministerie van Economische Zaken een serie workshops naar aanleiding van de belangrijkste themas en projecten uit het Energierapport. De aftrapbijeenkomst voor de overlegsessies wordt gehouden op woensdag 18 juni.
Ten behoeve van het op te stellen Energierapport 2008 startte het Ministerie van Economische Zaken in september vorig jaar met het project Toekomst Energie. Dat project had tot doel alle relevante partijen bij de totstandkoming van het nieuwe Energierapport te betrekken: het energiebedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, overheden, maatschappelijke organisaties en allerlei koepels en andere manifestaties van het poldermodel.
Afgelopen donderdag, bij de presentatie van de publicatie The Netherlands: Energising the Future gaf minister Maria van der Hoeven onder embargo al enig inzicht in de benadering die het Energierapport zal kiezen. Zij deed dat door een zevental stellingen naar voren te brengen.
Stelling 1
Als de komende 15 jaar niet fors wordt geïnvesteerd in duurzame energie en een energie-infrastructuur die dat faciliteert, passeren we een point of no return.
Minister Van der Hoeven: Onze energievoorziening moet diverser worden:minder eenzijdig gasafhankelijk, meer typen brandstoffen uit meer landen. Hij moet bovendien flexibeler worden: we moeten de pieken en dalen van grootschalige zonne- en windenergie kunnen opvangen. We moeten onze energievoorziening betaalbaar houden en dat betekent: zorgen voor een goed functionerende markt en ook ruimte voor goedkope opties als kolen- of kernenergie. Die combinatie van flexibiliteit, diversiteit en betaalbaarheid vergt forse investeringen. Het vergt vooral een visie bij investerende partijen op de lange termijn. Als alleen maar wordt gelet op efficiencyverbetering en kostenreductie, dan zetten we ons voor 50 jaar vast in een star keurslijf van fossiele energie. Dan hebben we te weinig ruimte voor innovatie en flexibilisering.
Als kabinet zetten we in op goed functionerende markten en een stabiel investeringsklimaat om deze investeringscyclus in goed banen te leiden. We zorgen voor heldere investeringsvoorwaarden als het gaat om vergunningen en termijnen, locaties, subsidies en randvoorwaarden. We zorgen ook voor een reguleringskader voor de infrastructuur dat voldoende innovatieprikkels biedt voor netwerkbedrijven.
Stelling 2
Het schaarsteprobleem en het klimaatprobleem vereisen dat alle energieopties open worden gehouden, zeker als deze bijdragen aan het oplossen van beide problemen.
Minister Van der Hoeven: Wat gaan we verder doen? Dit kabinet gaat niet kiezen voor of tegen een specifieke energiemix. Om de schaarste en de eenzijdige afhankelijkheid te verminderen kunnen we ons niet permitteren om welke optie dan ook uit te sluiten. Dus ook kolen niet en ook kernenergie niet.
Maar toepassing van kolen dwingt ons om werk te maken van de afvang en opslag van CO2. Die technologie is er nog niet, althans niet voor deze toepassing. We weten nog niet goed wat de risicos zijn van grootschalige opslag van CO2 in de ondergrond. Het kan, daar ben ik van overtuigd. Maar wat is de beste manier? Daarom werken we hard aan pilot projecten. En we ontwikkelen een duidelijk raamwerk voor het afdekken van verantwoordelijkheden en risicos.
Kernenergie ligt lastig, deze kabinetsperiode. Maar we mogen het niet uitsluiten. Wat als in 2010 blijkt dat we onze doelstellingen niet gaan halen? Wat als CCS niet van de grond komt? Mijn doel is dat we deze kabinetsperiode het dossier op orde hebben, zodat een volgend kabinet een besluit kan nemen. Als we kernenergie in 2010 of 2012 nodig blijken te hebben moet het kabinet een reële keuzemogelijkheid hebben en niet nog jaren nodig hebben om de randvoorwaarden op orde te krijgen.
Stelling 3
Het rijk moet de regie nemen om ervoor te zorgen dat noodzakelijke energie-investeringen ingepast kunnen worden in de beperkte ruimte die we hebben.
Minister Van der Hoeven: Energie vraag ruimte terwijl het maatschappelijk draagvlak voor ruimtegebruik voor energie afneemt. Iedereen wil altijd en overal energie hebben vraag het maar aan de inwoners van de Bommelerwaard. Maar een windmolen in de achtertuin, een hoogspanningskabel langs de wijk of een kolencentrale in de buurt, daar willen we niet van weten.
Het gaat om lastige keuzes, waarbij niet alleen naar het energiebelang, maar ook naar het milieu, de natuur en de veiligheid moet worden gekeken. Daarom gaat het kabinet procedures rond grote energieprojecten coördineren. Zo kan beter een integrale afweging worden gemaakt en kunnen procedures ook worden versneld.
Stelling 4
De Noordzee is een belangrijke bron van (duurzame) energie. Overheden en marktpartijen moeten samen aan de slag om deze bron optimaal te gaan benutten.
Minister Van der Hoeven: Over ruimtegebruik gesproken: Nederland heeft ook nog een Noordzee. Er komt een duidelijk perspectief op het gebruik van de Noordzee, ook voor energieopties. Ik pleit voor een visie op de Noordzee als energiebron. Daarin staat enerzijds wat er allemaal mogelijk is, en anderzijds hoe we dat mogelijk gaan maken. De locaties, de termijnen, de procedures en de afwegingen. Zodat voor investeerders duidelijk wordt wat wel en niet kan.
Wind op zee heeft daarbij prioriteit. Maar naast wind op zee en olie- en gaswinning uit de kleine velden, is op termijn veel meer mogelijk. Denk aan getijdencentrales, osmose-energie, biomassa uit algen of een energie-eiland. Of iets minder ver weg: opslag van gas en CO2 en de aanleg van een stopcontact op zee.
Stelling 5
Een Europese gasmarkt met stevige concurrentie tussen grote internationale spelers biedt de beste garantie voor zowel een betrouwbare als efficiënte gasvoorziening.
Minister Van der Hoeven: Nederland is een gasland en dat moeten we blijven. Nu zijn we de belangrijkste gasproducent van de EU. Binnen 20 jaar zijn we netto-importeur van gas. Het kabinet heeft de ambitie om van Nederland de gasrotonde van Noordwest Europa te maken. Dit betekent: zorgen voor een goed transportnet, mogelijkheden voor gasopslag en de aanlanding van vloeibaar gas. Maar ook het uitbouwen van onze kennispositie en zorgen voor een levendige gashandel.
Voorwaarden voor de realisatie van deze ambitie zijn een sterke gasmarkt, een stabiel investeringsklimaat en een actieve buitenlandse energiepolitiek. In het Energierapport zal dit verder worden uitgewerkt. Uiteindelijk zullen grote, internationaal opererende spelers het spel moeten spelen. GasTerra en GasUnie zijn internationaal actief. Gazprom is welkom op de Nederlandse markt.
Stelling 6
Met het oog op de geopolitieke ontwikkelingen moet Nederland niet alleen via de EU maar ook bilateraal actief buitenlands energiebeleid voeren
Minister Van der Hoeven: Ik zei het al: de huidige mondiale energie-ontwikkelingen vragen om een actieve buitenlandse energiepolitiek. Een goed werkende markt is niet voldoende. In te veel landen wordt de leverantie van gas, olie en maar dan minder steenkool beïnvloed door de overheid. Die subsidieert intern gebruik, reageert niet op marktprikkels door te investeren in nieuwe capaciteit, en laat bij het sluiten van contracten geopolitieke overwegingen en voorkeuren een rol spelen. Een sterk extern Europees energiebeleid is één stap in de goede richting. Daar werken we dus van harte aan mee.
Waar dat beleid nog ontbreekt of niet werkt, zullen we op zoek gaan naar strategische allianties met landen waarmee we belangen delen. Bijvoorbeeld Noorwegen, als het gaat om gas en CCS En Duitsland, als het er om gaat Russisch gas deze kant op te krijgen. Zo bouwen we van onder af aan een netwerk van contacten en allianties, tot het moment waarop onze Europese partners inzien dat echte Europese samenwerking op energiegebied de meest efficiënte manier is om tot een duurzame en betrouwbare energiehuishouding te komen.
Stelling 7
Een meer decentrale energievoorziening draagt bij aan betrouwbaar, betaalbaar en schoon. Daarom moeten netwerken slimmer worden
Minister Van der Hoeven: Ik keer terug van mondiaal naar lokaal. De diversificatie en flexibiliteit van de energievoorziening kunnen we ook bereiken door minder grootschalig en centraal te doen, en meer kleinschalig en decentraal. Geef iedereen een slimme meter - dat gaan we de komende jaren doen - zodat hij of zij beter ziet wat hij verbruikt en waaraan. Zorg dat stroom probleemloos kan worden teruggeleverd aan het net. Kijk naar mogelijkheden om warmte uit te wisselen in de directe omgeving. Zorg dat mensen zelf hun energie gaan opwekken bij voorbeeld met micro-wkk, zonneboilers of lokale mestvergisting. Maak het mogelijk dat ze pieken en dalen opvangen door energie decentraal op te slaan met warmtepompen, of in boilers en autoaccu´s. Zo creëren we een schoner en vooral zuiniger energiesysteem voor huishoudens en kleinere bedrijven.
Aan het slot concludeerde de minister dat een fundamentele verandering van onze energievoorziening nodig is. De uitdagingen zijn groot. Maar ook de kansen voor het bedrijfsleven. Nederland kan internationaal veel betekenen. Bedrijven, burgers én overheden moeten samen aan de slag voor een duurzame toekomst.
Bron:
Toespraak minister Van der Hoeven bij de presentatie van het boek The Netherlands: Energising the future, 4 april 2008
Bericht over The Netherlands: Energisibng the future (De grootste uitdaging ooit)